|
“Sneeuweieren’ van Ricus van de Coevering wint de 14e Academica Debutantenprijs 2009. Verslag geschreven door Jehanne Hulsman.
De sfeer was goed in de redelijk gevulde grote zaal van Schouwburg Kunstmin, waar het publiek zich opmaakte voor de ontknoping van een lange leesperiode door de publieksjury. De opening door Kader Abdolah zette gelijk een mooie toon, waarin de Koran als het debuut van Allah, De Bijbel als het debuut van God en uiteindelijk Jezus, Mohammed en Abraham als debutanten werden verwelkomd. ‘Het debuut’ zo vertelde Kader Abdolah aan een geamuseerd publiek, ‘heeft iets goddelijks’.
Het korte interview van presentator Jan Bonjer (voorheen hoofdredacteur van het AD) met Casper Markesteijn (voorzitter van de vakjury), Barthold Jongejan (directeur Academica) en Jan Lagendijk (wethouder van o.a. Cultuur te Dordrecht), bracht de noodzaak aan het licht nog meer boeken ter beschikking van lezers te kunnen stellen. Tevens gaf Jan Lagendijk aan de uitslag van de verkiezingen niet te kunnen voorspellen, maar bij een gelijksoortig college te willen pleiten voor meer investeringen in de cultuursector, inclusief de letteren. Jongejan gaf aan, toen hem om financieel advies voor de eventuele winnaar werd gevraagd, het liefst de gehele zaal op individuele titel van financieel advies te willen voorzien...
Een prachtig decor waarin het boek in allerlei vormen op een stijlvolle manier centraal stond, gaf de juiste ruimte aan de interviews. Deze keer waren alle vijf genomineerde schrijvers aanwezig, Simone Lenaerts (Zeewater is zout, zeggen ze, Uitgeverij De Geus), Willem Jardin (Monografie van de mond, Uitgeverij Meulenhoff), Tania Heimans (Hemelsleutels, Uitgeverij Artemis & Co), Ricus van de Coevering (Sneeuweieren, Uitgeverij Van Gennep) en Janneke van der Horst ( Ik weet hoe jongens huilen, Uitgeverij Nieuw Amsterdam). Uit tweeëntachtig debuten kwam de longlist van vijftien boeken voort, die door de vakjury na rijp beraad en verhitte discussies in de laatste bijeenkomst uitmondde in deze vijf genomineerden. Vierhonderd lezers hadden zich uitgesproken over de genomineerde boeken, waarvan in de nieuwe formule er honderd tot kernjuryleden gerekend konden worden, omdat zij voor bekendmaking van de shortlist hadden aangegeven alle genomineerde boeken te zullen lezen.
De opzet waarin alle schrijvers tegelijk aanwezig waren bij de interviews op het podium (zoals vorig jaar al ingevoerd) gaf een betere ambiance. Het was alleen jammer dat er geen gebruik werd gemaakt van de mogelijkheid van de schrijvers om op elkaar te reageren. Brigitte Raskin, een van de vakjuryleden, had zich goed voorbereid en wist voor en na de pauze meer diepte en achtergrond te brengen in het hoe en waarom van deze beginnende schrijvers. Lenaerts was zeer bescheiden en gaf als reden voor haar late debuut aan, altijd gedacht te hebben dat zij niet goed genoeg was om als echte schrijver gezien te worden. Heimans vond haar persoonlijke motief om te schrijven als historica in onderzoek naar wat mensen beweegt, als je kijkt naar de keuzes die zij in hun leven gemaakt hebben. Jardin gaf aan voor een schrijversnaam gekozen te hebben om niet vergeleken te worden met zijn schrijvende broer. Van de Coevering vond uit dat hij echt wilde schrijven tijdens een briefwisseling naar een vriend toen hij op een lange stage in Brighton verbleef. Het schrijven van Van der Horst was een logisch vervolg op de columns die zij al schreef in Propria Cures een studentenblad, dat voor meerdere schrijvers zoals Hella Haasse, Slauerhoff, ter Braak en anderen een goede springplank was gebleken.
Uit het interview met de winnaar van vorig jaar, Marieke van der Pol, bleek dat zij inmiddels met een nieuw boek bezig is, dat haar heeft geïnspireerd een reis te maken die van Israël, Griekenland, Cyprus, Italië, Oostenrijk en Duitsland terug naar Nederland leidde. Ze denkt voor het nieuwe boek nog een tot anderhalf jaar nodig te hebben. Een filmscenario van het nieuwe boek zal niet van haar hand komen: ‘ Een filmscript omschrijven naar een boek kan wel maar omgekeerd zou het betekenen dat ik moet snijden in eigen vlees en dat gaat niet.’. Zolang zij bezig is met haar nieuwe boek leest ze zelf geen Nederlandse schrijvers, omdat dit haar teveel zou kunnen beïnvloeden.
Heimans gaf in het vervolg interview van Raskin met de schrijvers na de pauze aan dat de vondst om het boek in de tegenwoordige tijd vanuit de beleving van het kind te schrijven, een tip aan haar is geweest. Het zou van de schrijver teveel vragen zich te verplaatsen in de volwassen vrouw en daarmee terug te gaan naar de herinneringen van het kind. Van de Horst gaf aan de uitdaging aan te gaan en bezig te zijn met een volwaardige roman. Jardin vertelde dat de uitgever hem aangaf dat deel een van zijn monografie te weinig was voor een compleet boek en om die reden deel twee geschreven te hebben. ‘ Deel een gaat over de vergankelijkheid en deel twee over de liefde.’ Lenaerts vond de inspiratie voor haar boek en de precisie van de taal van die tijd, de jaren vijftig, in haar herinnering, aangevuld met enige krantenstukken. Lenaerts is inmiddels bezig met haar tweede roman, ‘Spinnenverdriet’. Heimans schrijft nu aan ‘de Huurmoeder’.
Raskin herinnerde aan de voorgeschiedenis van de Debutantenprijs, in het leven geroepen door de oprichter ervan Joop van Halen. Hoe deze Johan Anthierens en haar naar Dordrecht haalde voor de atmosfeer, die juist door Vlamingen verbeterd kon worden en dringt bij het publiek aan op een werkelijk ‘Vlaams’ applaus bij de uiteindelijke bekendmaking. Markesteijn legde uit hoe zorgvuldig de vakjury, bestaande uit Marijke Arijs, Pauline Slot, Kees Snoek, Brigitte Raskin en hemzelf, gewerkt heeft bij de beoordeling van de tweeëntachtig prozadebuten. Vermeldenswaard is zeker dat deze lezersbevorderende activiteit niet zou kunnen plaatsvinden zonder de inzet van alle vrijwilligers bij Stichting Perspektief.
De winnaar van de Academica Debutantenprijs 2009, Ricus van de Coevering, bleek werkelijk verrast door zijn uitverkiezing. Hij herinnerde eraan dat - wat Janneke van der Horst tegen hem zei - een literatuurprijs geen prijs is zoals bij sport waarin iemand het hardste kan rennen, troostte zijn medeschrijvers door te stellen dat zijn winnaar zijn niet betekent dat zij verliezers zijn, maar zei een klein beetje sorry tegen hen. Hij bedankte zijn uitgever Van Gennep, maar vooral zijn vriendin die tijdens al dat schrijven zoveel geduld met hem had gehad en droeg de prijs op aan zijn moeder. Hij ontving een cheque van € 15.000,-.
De overige genomineerden ontvingen een cheque van € 1500,-- en allen werden in de bloemen gezet. Er was een geanimeerde nazit in de foyer van Schouwburg Kunstmin, waarbij boeken gesigneerd werden en uitgebreid nagepraat werd over het wel en wee van de letteren. Op de hoge tafels lagen de nieuwe formulieren voor aanmelding voor de Kernlezersjury al weer klaar...
Jehanne Hulsman Dordrecht 28 september 2009
|